WWWeb


Interview met Jean-Pierre Guiran!

Ria Krens

Mijn nichtje meldde mij dat ze een website had geopend, omdat ze zich bezig houdt met het maken van rozen van papier, toen ik dus haar website bezocht was het allereerste wat mij opviel de muziek die er bij te horen was. Jawel accordeonmuziek van het duo “Accordéon Mélancolique’ ofwel Jean-Pierre Guiran en Cherie de Boer. Ik had natuurlijk al eens kennis gemaakt met de muziek van hun CD ‘L’imparfait du Coeur’, maar nu was mijn nieuws gierigheid dubbel gewekt en ik bracht direct een bezoek aan hun website www.acmel.n1

Heel professioneel opgezet en met muziekfragmenten van hun nieuwe CD “Parade des poules’. Ook video- fragmenten van een optreden in IJsland en een videoclip van Jean-Pierre samen met Sergei Voitenko.

Ik heb dus via e-mail contact gezocht en dat werd direct en heel spontaan beantwoord, vandaar weer een verslag van mijn nieuwsgierige vragen. Het verslag zal in 2 delen worden geplaatst, omdat het anders te lang zou worden. R ben ik en J-P is Jean-Pierre.

R- Ik ben in principe benieuwd naar de manier waarop u zich alles eigen heeft gemaakt, vooral omdat u schrijft autodidact te zijn. Gezien het feit dat u zelf nummers componeert en ook technisch uit de voeten kan, heb ik daar bij voorbaat enorme bewondering voor.

J-P Ik denk dat je dat zo kunt zien dat er ook mensen zijn die niet kunnen lezen of schrijven, maar wel kunnen zingen, fluiten en spreken. Ik denk ook dat iedereen wel een melodietje kan fluiten wat nog niet bestaat. Dat doe ik ook, maar dan op accordeon. Dat gaat natuurlijk niet van de een op de andere dag, maar als je maar blijft proberen de noten te vinden die je wilt horen dan lukt dat uiteindelijk steeds beter. Het is wel een vaardigheid die vrij haaks staat op spelen van notenschrift. Het zijn twee verschillende wegen. Maar de oorsprong van het creatieve is het zelfde. Componeren klinkt zo gewichtig voor het verzinnen en vorm geven van een melodie, vind ik.

R- Ik neem toch aan dat u zich theoretisch wel geschoold hebt??

J-P Ja ik heb het een en ander doorgenomen aan boekjes over akkoorden en heb hier en daar wat les genomen in het verleden en een voorbereidend jaar voor conservatorium lichte muziek gedaan. Vond ik erg moeilijk om toonafstanden te benoemen en al die toonladders. Uiteindelijk ben ik niet aangenomen in Hilversum. Mijn stijl was te ouderwets! Vond ik toen moeilijk, ik denk er nu (20 jaar later) nooit meer aan.

R-Wat vindt u in de (of het) accordeon aantrekkelijker ten opzichte van andere instrumenten.

J-P Een keer zei een collega-muzikant, Guy Roelofs, dat een accordeon eigenlijk een lelijk instrument is, een lelijke klank voortbrengt. MAAR als je er in slaagt om het instrument te temmen, dan is het ook weer zo mooi. Daar kan ik me wel in vinden. Voor mij is het een soort haatliefde verhouding. Achteraf, dat is dus niet bewust zo gegaan, merk ik dat ik de accordeon eigen lijk als een enkelvoudig muziekinstrument probeer te bespelen, zoals een klarinet. Je kunt met een accordeon nauwelijks iets aan toonvorming doen. De balg kun je gebruiken in combinatie met het moment van de aanslag. Maar met suggestie kom je ook wel een aardig eind. Je kunt het instrument natuurlijk ook als een orgeltje bespelen met veelstemmigheid, maar dat heeft niet mijn voor keur. Ik zoek de versieringen meer in de timing.

R- Hebben jullie speciale accordeons?, ik vind n.l. de bassen een apart mooi diep geluid geven.

J-P Ach speciaal, ik speel veel op een Hohner Lucia III uit, ik schat 1970. Die oude Hohners staan bekend om hun diepe bassen. Soms zijn ze ook echt te luid. Dan laat ik ze maar hier en daar weg, of druk ze half in. Het is niet bepaald een verfijnd instrument, maar enkeltonig heeft hij al zeer veel karakter, waar ik erg op gesteld ben. Als je doortrekt wordt hij een beetje gemeen, daar kun je mooie contrasten mee maken.

Cherie speelt meestal op een Guerrini classic uit ong 1990. Mooi instrument met een mooi gepolijst klank- kamergeluid. De combinatie met de Hohner doet het goed. We wisselen wel eens om voor een optimaal effect van de partijen.

R- Denkt u dat de akoestische instrumenten weer terrein gaan winnen?.

J-P Ik denk zeker dat ze nooit weg zullen gaan. Ik betreur de richting waar de accordeon zich in heeft ont wikkeld na laten we zeggen 1960. Steeds meer mogelijkheden, steeds zwaarder (waardoor het steeds moeilijker wordt om scherpe accenten te geven met je balg.) Alsof het moest concurreren met het elektronische orgel. Dat is een doodlopende richting. Het zijn bijna allemaal dezelfde tongen die ik nu hoor. Veel te braaf en gepolijst, geen karakter. Ik zag veel liever meer experiment met puur de klank van de enkelvoudige tong. Daar is nog zo veel mee mogelijk. Kijk maar eens naar een bajan en een bandoneon. Waarom klinken die zo anders, terwijl het toch familie is. Wat gebeurt er als je een hele dunne massieve bodem gebruikt, net zoals bij een viool? Wat gebeurt er als je de kleppen aan de binnenkant in de balg laat afsluiten. Of als je open- draaiende schijfjes ge bruikt. Wat krijg je als je met het aanslaan ook de tongen een zet geeft (clavecimbelachtig), net zo als in sommige harmoniums. We spelen ook op een Serenelli. Die heeft een klankkamer aan de buiten kant, kijk dat zijn interessante dingen.

Wordt vervolgd

Accordeon Actueel mei 2003

Foto © Monique Kortbeek

homepage Accordéon Mélancolique